Pagina's

Posts tonen met het label Graal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Graal. Alle posts tonen

vrijdag 11 september 2015

Mittenwald Teaser 01: Weia! Waga! Woge du Welle! (Woglinde in Das Rheingold)

Alberich en de Rijndochters (Arthur Rackham, omstreeks 1910)



“Weia! Waga! Woge du Welle!” zingt Woglinde bezwerend in de openingsscène van de opera Das Rheingold. Het is de tweede opera van het vierluik Der Ring des Nibelungen, Richard Wagners opus magnum, een groots muziekdrama met een poel aan menselijke gevoelens en aspiraties als wanhoop, vrees, macht, hebberigheid, maar ook loyaliteit, liefde en bevrijding.
De drie bevallige Rijndochters - de anderen zijn Flosshilde en Wellgunde – werden door hun vader opgedragen het goud te bewaken dat op de bodem van de rivier ligt. De Rijndochters vertellen een lelijke dwerg, Nibelung Alberich, dat het Rijngoud hem een onmetelijke macht zal bezorgen, als hij er een ring uit smeedt... en de liefde prijsgeeft. 
Alberich slaagt er ook in hen het goud te ontfutselen, zweert de liefde af en smeedt de magische ring. Om zichzelf en de ring te beschermen laat hij zijn broer Mime – een kundige smid – een magische helm maken, die zijn drager onzichtbaar maakt en hem bovendien van vorm kan laten veranderen en teleporteren over grote afstanden.

Waarom pakken wij bij wijze van Teaser 01 voor Het Mysterie van Mittenwald uit met een deel van het beroemde en beruchte episch-mythologisch verhaal van Richard Wagner, tekstdichter en lievelingscomponist van Adolf Hitler? Omdat Alberich zich listig, met de helm op het hoofd, verschuilt in de gecodeerde partituur. Angstvallig bewaakt hij er de ring, als een hoeder van de Graal...
Werpt u eens een blik op het muziekblad? Kunt u hem vinden? Hou in gedachten dat de helm bijzonder probaat functioneert... 



In Het Mysterie van Mittenwald geven wij u het magische middel mee dat de kracht van de helm teniet kan doen. Wilt u te weten komen hoe dat moet en ontdekken waar Alberich zich nestelde, dan kunt u zich boek of ebook aanschaffen, die nog dit jaar verschijnen... of gewoon een ebook-abonnement op Rauna nemen (40 euro). U ontvangt dan het reeds verschenen ebook De Hamer van Thor, en de drie volgende delen in de serie De Jacht op een Nazi Schat - telkens een paar weken voor de officiële release van paperback en ebook.




In De Hamer van Thor publiceerden wij al een aantal postkaarten uit de verzameling van Ysa Pastora, waaronder enkele exemplaren uit de Rheingold serie. De volledige verzameling zal onder de titel De Postkaart Code gepubliceerd worden als deel 4 in de reeks De Jacht op een Nazi Schat. 

Overigens raakt ook Alberich door list en bedrog de ring plus het goud en de helm toch kwijt.


donderdag 23 april 2015

Hammer + Edelweiss + 1959 + Antonius

Sint-Antonius met Kind 1 -
Foto uit Archief Ysa Pastora

Het was de bedoeling deze informatie te reserveren voor het eerste boek De Hamer van Thor. Gezien de recente ontwikkelingen waarbij Jan Lavrijsen ervan werd beschuldigd gegevens uit het Dossier Lepage aan mij doorgespeeld te hebben, acht ik het alsnog opportuun nu publiek te maken waarom ik geen Nazi Schat ga zoeken in Antoniuskapelle of Tonihof

Ten eerste omdat ik over materiaal beschik dat mij te beurt is gevallen in het kader van een erfenis, met gegevens die als een soort parallelle Pastoorsbrief kunnen opgevat worden, en die ik voor het gemak de Postkaart Code noem. Er werden al een paar stukken uit die collectie gepubliceerd; het gaat in totaal over meer dan twintig items. Zij leiden naar een welomschreven locatie, die ik - eveneens voor het gemak - het Ware Punt zal noemen, en dat tot op deze donderdag nog door geen enkele onderzoeker werd beschreven, of zelfs maar gesuggereerd. Het is op basis van dit materiaal dat ik in Mittenwald terecht ben gekomen, en daar naar Edelweiss ben gaan zoeken. 

Ten tweede omdat eigen onderzoek - en dat van medewerk(st)ers die ik ondertussen heb aangetrokken - dit Ware Punt hebben bevestigd, op exact-wetenschappelijke wijze.

Ten derde omdat Karl Hammer zelf al te nadrukkelijk naar de Antoniuskapelle verwijst.


Sint-Antonius met Kind 2-
Foto uit Archief Ysa Pastora


Ik verklaar mij nader.

Als je gaat zoeken via Google en andere wegen naar Edelweiss in Mittenwald, dan kom je vroeg of laat bij de Reichsarbeitsdienst (RAD) terecht, in 1935 opgericht door de nazi's, om jonge mannen te verplichten gedurende zes maanden arbeidsdiensten te verrichten. De RAD was actief op de Buckelwiesen. Het logo van de Arbeitsgau Bayern-Hochland was het volgende:




Het staat open en bloot op de Wikipedia-pagina van de RAD met deze tekst: Längsovaler Schild mit einer Enzianblume und einem Edelweiß. Wobei der Enzian die weite Hügellandschaft und der Edelweiß die Felsgipfel der bayerischen Alpen symbolisierte. Das Abzeichen selber war in den Farben Braun, Blau, Weiß, Grün und Gold gehalten.

Dat was mij al een tijd bekend. Zoals mij ook al enige tijd was opgevallen dat Karl Hammer op zeker ogenblik zijn geboortejaar heeft veranderd: van 1959 werd dat ineens 1969. Een plotselinge opstoot van ijdelheid? Foutje van één van de (anonieme) medewerk(st)ers uit zijn team(s)? Waarom werd dat dan niet eenvoudig rechtgezet? Ik heb deze vragen al opgeworpen in mijn post over 12-12-12. Er valt geen zinnig antwoord te bedenken waarom een ernstig onderzoeksjournalist en internationaal auteur niet de moeite zou nemen om deze - recente - compleet foute informatie te corrigeren... tenzij hij precies de aandacht wil vestigen op één van beide data. Want vroeg of laat struikelt een andere onderzoeksjournalist daar toch over?

Zoals je kunt lezen in het Dossier Lepage - maar lang niet alleen daar, omdat het nu eenmaal om makkelijk verkrijgbare en 'openbare' informatie gaat - werd de Antoniuskapelle gebouwd in 1959. Toeval, zul je opwerpen. Mocht Karl Hammer zijn geboortejaar niet veranderd hebben, en  zijn boek Codebrekers voorgesteld hebben op een àndere dag dan de alleszins niet toevallig gekozen 12-12-12, ik zou geneigd zijn je te geloven. Maar in de gegeven omstandigheden, geloof ik niet in het Toeval, maar in een Betekenisvolle Coïncidentie, en zelfs niet eens in de betekenis die de Zwitserse psychiater Carl Gustav Jung aan dat begrip verleent.

De Antoniuskapelle werd gebouwd op het hoogste punt van het plateau van de Buckelwiesen, vlakbij de Edelweiss kazerne van de bergjagersschool... op de plek waar voorheen een Kreuz stond. De RAD had plannen voor omvangrijke werkzaamheden op de Buckelwiesen: het hoogste deel werd zelfs geëgaliseerd met het doel er een fors legercomplex te bouwen. Maar voor de rest kwam er van alle plannen niets meer terecht.

De kapel is privé-eigendom en bevindt zich op het grondgebied van het huidige Landhotel Tonihof. De grootvader van de huidige bewoner had in de jaren '30 een hoge rang in het leger. Naar verluidt was Hitler ten zeerste gecharmeerd door de omgeving en gaf hij aan zich na de oorlog in Gerold te willen vestigen. Ook hierover kunt u meer lezen in het Dossier Lepage, maar het zijn wel degelijk verhalen die men vrij snel te horen krijgt als men in de streek van Mittenwald het oor te luisteren legt; het hoort als het ware bij de lokale folklore.


Sint-Antonius met Kind 3 -
Foto uit Archief Ysa Pastora

  
En er is nog meer...

In mijn post van 26 februari wees ik er al op dat Karl Hammer - sinds hij van geboortejaar veranderde en zijn oorspronkelijke naam Hammer-Katee inkortte - zeer uitdrukkelijk poseert met de Tau. Het is een symbool dat geassocieerd wordt met de Hamer van Thor, maar ook met Franciscus van Assisi... en de heilige Antonius



Foto gebruikt met de toestemming van:


‘Het blauwe insigne was, volgens voorschrift, genaaid op de linkerzijde van de zwarte tunica en de zwarte mantel der hospitaalbroeders van de Orde van St. Antonius,’ lees ik op het web ([1]). ‘Het werd daarom ook wel Antoniuskruis genoemd. De Antonianen (…) droegen het overal uit en brachten het aan op alles wat ook maar enig verband met de orde had. (…) De tau werd aangebracht in de kerken, huizen en hospitalen der Antonianen en zij prijkte op het kleed, dat de zieken in het hospitaal droegen. (…) De tau was het embleem bij uitstek van de Antonianen. Zij was het embleem, waaronder zij tenslotte in het graf wilden rusten. De schrijn, waarin de relieken van Antonius in Saint-Antoine-l'Abbaye worden bewaard, is getooid met een T.’

Ook de ridders in de Orde van Saint Antoine en Barbefosse  (Henegouwen, België) droegen het embleem. ‘Omstreeks 1382 stichtte Albrecht van Beyeren deze ridderorde, die in 1420 werd omgezet in een adellijke religieuze broederschap. (…) Op het schilderij van Van Eyck, Het Lam Gods, op het luik links van het middenluik — de Ridders van Christus — zien we een Ridder  behorende tot de Ordre Militaire et Hospitalier de Saint-Antoine en Barbefosse, die te identificeren is als Willem van Ostremont, oudste zoon van graaf Albert van Henegouwen (de oprichter van die Orde) en grootmeester in de Orde van Sint-Antonius. Hij is de aanvoerder van de groep ruiters in krijgsuitrusting, en van een coalitie van Europese vorsten. Hij draagt een zilveren schild met daarop een kruis van bloed.’



Het Tau Kruis in het schild
van de Ridder van Saint-Antoine en Barbefosse


In het centrum van het schild staat een Antoniuskruis. Sommige exegeten hebben deze ridder geïdentificeerd als een Tempelier, een behoeder van de Graal. Zo onder meer Patrick Bernauw, in boeken als Mysteries van het  Lam Gods (1991), De Mythe van de Rechtvaardige Rechters (1995) en Het Bloed van het Lam (2006). Andere gingen voor Jeanne d’Arc, zo onder meer Peter Voorn. Hun werk, en dat van wijlen Jos Bertaulet, werd door Karl Hammer uitvoerig 'gebruikt' in Satans Lied, later herdoopt tot De grootste kunstroof uit de geschiedenis. Patrick Bernauw heeft hierover geschreven in verscheidene posts: Satans Lied, de jacht van de CIA op Jezus, Peter Voorn en het cryptogram van het Schaap van God, Stichting Frieda, Topcrew, Ebion en Karl Hammer.

Zoals Patrick Bernauw ook al stelde (Et Alors?is deze hele Hamer van Thor een deconstructie van het "onderzoek" dat Hammer gedaan heeft, én van alle onderzoekers die voortbouwen op de fictie die Hammer en/of Schulz en/of dames en heren achter de schermen, al of niet opererend onder pseudoniem, gecreëerd hebben. Zowat het enige authentieke en geloofwaardige in het hele boek De tranen van de wolf/Codebrekers is de gecodeerde partituur: het hele verhaal errond, opgehangen door Hammer en/of Schulz, bestaat uit... Nibelungen?'   

Ik ben er dan ook van overtuigd dat de Antoniuskapelle een dwaalspoor is, door Hammer uitgezet. Misschien is de plek tijdens de laatste dagen van de oorlog en kort daarna wel gebruikt om tijdelijk een Nazi Schat te herbergen, maar die zal daar nù - en wellicht al sinds 1959 - niet meer te vinden zijn. Het is een bliksemafleider. Want Sint Antonius van Padua is en blijft nu eenmaal de Patroonheilige van de Verloren Voorwerpen. Hij kon worden aangeroepen als volgt:

Heilige Antonius, beste vrind,
Maak dat ik m’n …. vind!

Of:

Heilige Antonius, lieve Sint,
Zorg dat ik m’n … vind!

Of:

Sint Antonius, Heilig Man,
Maak dat ik m’n … vinden kan!




Als je Hammer optelt bij Edelweiss (en Buckelwiesen) en dat combineert met het jaartal 1959 en de Heilige Antonius, kom je automatisch uit bij de Antoniuskapelle... en dus bij de fictie die Hammer heeft gecreëerd. Want àchter de code die naar de Antoniuskapelle leidt, zit nog een andere code, dieper geworteld en verder vertakt, die naar het Ware Punt leidt.

Ziehier de reden waarom een schrijver die de inkomsten uit zijn boeken wegschenkt aan goede doelen (die al eens zijn eigen Stichting omvatten) heel grote bedragen kan beloven als beloning voor wie - zeer uitdrukkelijk - na meer dan 60 jaar nog met "goud en diamanten" komt aandraven. Als je weet dat daar sinds pak weg 1959 niets meer te vinden is, loop je geen enkel risico daadwerkelijk een bedrag te moeten ophoesten.

Ziehier de reden waarom Uitgeverij Elmar op de webpagina van het boek Codebrekers nog steeds uitpakt met een beloning, maar tegelijk stelt dat "de actie al is afgelopen". Juridisch zijn deze praktijken ten zeerste aanvechtbaar. Maar om überhaupt recht te hebben op de beloning, moet je eerst met het goud en de diamanten komen aanzetten, en die zul je niet vinden bij de Antoniuskapelle...

Ziehier ook de reden waarom ik de androgyne Ridder van Saint-Antoine als mijn 'avatar' heb gekozen. Je mag het gerust beschouwen als een provocatie van mijn kant. 

Al heb ik dat natuurlijk ook een beetje gedaan omdat ik de postkaarten aantrof onder drie beelden in het huis van wijlen mijn grootvader, die telkens Sint-Antonius met Kind voorstelden.