Website van het Collectief rond Ysabella Hannah Geertruida Pastora & de Jacht op de Nazi Schat van Mittenwald, die de Irminsul is. --- The True Treasure Hunt of Ysabella Hannah Geertruida Pastora, leading to the Irminsul of Mittenwald.
Pagina's
Posts tonen met het label De Jacht op een Nazi Schat 2. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Jacht op een Nazi Schat 2. Alle posts tonen
Ysa Pastora draagt het volgende betoog
aan: (a) de video van Karl Hammer van 12-12-12 duidt beeldsprakig op de
verwerping van het Vaticaan en van het christendom, zoals eerder aangetoond, en
(b) bevat daarnaast regelrechte verwijzingen naar de oplossing van het
cryptogram. Die hints worden hier genoemd:
1/- Het
hekwerk met de rechte snijdende lijnen (zie illustratie / met een klik op de foto maak je ze groter) verbeeldt de
muzieknotenbalk met notenlijnen en maatstrepen, maar verwijst ook naar de
snaren van de viool en de toepassing van de geometrie. Hammer loopt, symbolisch
zoekend, naar het einde van de ‘notenbalk’, waar hij de Irminsul ‘vindt’. Dit
is punctueel het geval op de partituur. In een andere video(chrono 23:23) noemt Hammer de geometrie letterlijk, zegt hij dat die hem opvalt... maar dat hij ‘daar nog
niet eerder aan had gedacht’.
2/- De
33:44:55 seconden timing van een aantal scenes
verwijst naar de 3:4:5 geometrische stelling van Pythagoras (zie vorig blog)
met een meetopdracht.
3/- Hammer speelt in de video een dubbelrol. Enerzijds
is hij ‘pastoor Otto’, alias Hitler - de ‘Goede Herder’ en strijder -, met diens
boodschap symbolisch in zijn hand, én anderzijds toont hij zich als een
personage dat ‘voorbeeldig’ zoekt naar de oplossing.
4/- De belichting van de ‘Kopf’ van Franz Xaver Schwarz
(dank aan Ignace Lepage), samen met die van Hitler, is een verwijzing naar de Schwarzkopf berg met daarop het
heiligdom gewijd aan Hitler.
5/- De Irminsul wordt op het einde van de
zoektocht onthuld, letterlijk ont-dekt, bovenop de ‘kop’ van het zuiltje, dat
is bovenop de Schwarzkopfberg.
Toeval bestaat hier niet. De slotsom
lijkt meer dan billijk dat Hammer altijd al bekend was met de kerngedachte van
de ‘pastoorsbrief’ als een aartsmoeilijke allegorische zoektocht naar ‘het
schitterende gedachtegoed’ van een bejubelde Adolf Hitler. Erfgoed, laten we
wel wezen, dat géén betrekking heeft op een fysieke schat.
Alice: “Zou het niet mooi zijn als er eindelijk klaarheid gebracht werd?"
Tenniel - illustration of the White Knight. 1871
‘Alice and
Us in Wonderland. Through the looking glass’
Als u geen kennis in huis hebt van muziek en muziektheorie,
van de geschiedenis van de schone kunsten, geen idee van wiskunde en
astrologie, geen sjoechem van een resem aan historische ontwikkelingen en
enkele opmerkelijke voorvallen; als u uw alfabetten niet machtig bent, onvoldoende
weet hebt van lokale omstandigheden en u uzelf niet kastijdt door eindeloos te
verzamelen, te combineren, te reduceren en te deduceren - tot bloedens toe -... dan wordt
het doorgronden van de brief met Het Mysterie van Mittenwald een heikele zaak.
Vluchtige lijnentrekkerij is een onzalig ambacht als
u, argeloze novieten, geen voorstelling hebt van de ordende principes die
popelen om u in een plechtige ommegang door de getrapte zoektocht te loodsen.
Koppig blijven ulieden een eendere trom roeren. U beroert niet eens haar
oppervlak, laat staan dat wat borrelt in haar innerlijke universum. Voor een
goede verstaander prijken de grondbeginselen en hun uitwerksels niettemin open
en bloot op de brief. Als lichtende strohalmen in een nevelig decor. Ook na
bijna drie jaren zag ik u ze niet benoemen. U draagt de verkeerde bril, leest
niet echt wat er staat. Uw oren staan er niet naar, u hebt geen grip op het
domein. Als men niet weet naar welke haven te koersen, staat vanzelf geen
enkele wind ooit gunstig. Beste vrienden, bewonderenswaardig noeste werkers,
het zij u vergeven. Maar hijs nu het
grootzeil, steek van wal en ga op zoek naar een goddelijke vonkenregen - en
luister naar deze profetische woorden: begin bij het begin.
Neem wel in ogenschouw dat de complexiteit en diepgang
van de Marsch-Impromptu davert, en ook dat haar associatieve rijkdom sprankelt.
Ingebed in een gruwzame wereld zingt een viool haar boodschap; wrang toon
gezet, schril en onheilspellend. Toch strooit zij als een sirene ook snoeperig
met arabesken van glimmend goud en fonkelende diamanten. En, let wel, Franz
Xaver Schwarz is niet de bestemmeling van de Marsch, dat was hij nooit. Na het moedwillige
lekken naar het gemeen bent u, lezer, de geadresseerde. Het edelmetaal en de
juwelen zijn daarmee voor u en alleen voor u bestemd. Zult u twee maal nadenken
alvorens ze te accepteren?
Mocht een zekere gewaarwording u onverhoopt
niet ten deel vallen en zouden geen bezielende spranken uw pad lichter maken, open dan
weldra de brief en laat mij, als een witte ridder, u bij de hand nemen. Treed
binnen in de spelonken van een cryptisch circuit, een onbereisde kosmos. Bewandel
het parcours en maak kennis met de maker, zijn schepping, zijn beweeggronden.
Zo ver weg en toch zo dichtbij. Door de spiegel heen.
De duisternis sloot zich langzaam rond de Marsch. Het werd
windstil, bijna niets bewoog meer. Internetstraten en webpleinen lagen er
steeds verlatener bij. Een voor een doofden de lichtjes in de huizen. De eens
zo actieve en rumoerige onderzoekende wereld sluimerde in. Als een verdorrend
blad bleef het muziekblad liggen op de nachtelijke hoek van de straat, onverklaard
en vaak vervloekt. De tand des tijds dreigde een eigenaardige episode met een
onverbiddelijke traagheid te vermalen totdat enkel de legende resteerde en ook
die te langen leste in de vergetelheid terecht zou komen.
Maar
wacht… enkele spaarzame kaarsjes
verspreid over het continent bleven onopvallend flakkeren, als nachtvlinders.
Een handjevol speurders stoorde zich niet aan de fiasco’s, eigengereidheden en
eenzijdige fixaties van anderen, de ogenschijnlijke ondoordringbaarheid van de
materie, haar leugenachtige scheppingsverhaal en de kwijnende aandacht. Botweg
weigerden ze het bijltje er bij neer te gooien. Omwille van een vreemde gloed
die de brief omsluit en een intrigerende vroege vinding. Zij vonden elkaar,
sloten een pact, een Paganini-pact, genoemd naar hondsmoeilijke vioolstukken
aan wier publieke vertolking alleen de meest toegewijde virtuoos zich waagt.
Anderen ontvingen evengoed een invitatie, ijl als een ademtocht, om deelgenoot
te worden van het stille onderzoeksproject. Zij verstonden de subtiele wenk
niet of zegden niet terug. Ze traden niet toe tot het zich ontspinnende
collectief en konden geen kennis nemen van de aandacht trekkende, groter
wordende bressen die adagio en con fuoco met de draad van Ariadne op de
strijkstok geslagen werden in het hocus-pocus bastion. Doorheen de dichte mist
doemden de eerste prille contouren op van een labyrint en het begin van een
mogelijk parcours. Zo afwijkend van alles waarop anderen hardnekkig hun tanden
kapot beten. Boven het dorp aan de voet van de Alpenreuzen kondigde het
kriekende licht een volgende morgen aan. Bevreemding en verstomming zijn nog de
meest geëigende schildertoetsen voor wat zich van lieverlee kenbaar maakte; een
verraderlijke queeste en … nog iets, dát. De brief ontpopte zich. De echtheid
van de Marsch begon zich te betuigen, haar voorgewende bakermat - als
verkooptruc - juist niet. Is dit een zaak van ‘de aangever als tussenpersoon
werd bedot’ of - erger - ‘de aangever is een partner in crime’? Gaandeweg bleek
waarom de ontleding zovelen voor onoverkomelijke problemen gesteld had; een
ernstige onderschatting van haar moeilijkheidsgraad en een onnozel geloof in
haar beweerde komaf en signatuur als een platte schatkaart strijden hierbij om
de overhand.
Toen de
eerste uitkomsten kruimelend gevoerd werden aan het publiek reageerden sommigen
met het norse temperament van een krassende kraai. Krakend ongeloof en
wantrouwen tot op het bot woedde bij hen die midden in de rivier tevergeefs
naar water zochten maar toch steilorig meenden de Marsch van binnen en van
buiten en van haver tot gort doorvorst te hebben. Zíj waren immers op niets
gestuit wat de drieste uitspraken - oh eigenwaan - ook maar halvelings zou
kunnen staven. Was dit diefstal, een hen onwelgevallige grap of verlakkerij met
een zakelijke invalshoek? De oplossing moet toch immers makkelijk uit de hoge
hoed te toveren te zijn? Kijk, als je dit nou eens doet en dat, en zus en zo,
wat simpel! Vergissen is menselijk, jazeker. Een betere bril aanschaffen kan
iedereen, daarmee beter waarnemen is een verhaal van een andere orde. De
trieste gedachte is dan ook dat deze dolenden in hun balorigheid niet zullen
willen baden in het licht van de aanstaande onthullingen. Alle anderen, de
minder vooringenomenen, zullen de onthutsende andersheid van het relaas evenwel
op de volheid van haar waarde weten te schatten.
Voor u wil ik nu op mijn viool het andante van Caprice no. 1
in E groot van Niccolò Paganini spelen. Vergeeft u mij mijn foutjes? Het ligt
voorlopig nog ietwat buiten mijn liga.
Weemoed overvalt me. Mijn dierbaren, ik hield van jullie …
hoog boven iedere zegening, elk lied, lof en troost die op de wereld gezegd
wordt. Zegt nu: Amen.
Vele pogingen ten spijt, slaagde niemand er in het mysterieuze document te ontcijferen, dat naar een legendarische nazischat zou leiden. Dit boek toont u stapsgewijze hoe de ingenieuze code in elkaar steekt, en waaruit de schat bestaat...
In 2012 publiceerde onderzoeksjournalist Karl Hammer voor de tweede keer een gecodeerd document, dat de bergplaats zou aanduiden van goud en de persoonlijke diamanten van Adolf Hitler. Aan het eind van WOII werden deze kostbaarheden verstopt, ter financiering van een nazi terreurorganisatie. Een legeraalmoezenier smokkelde het document Berlijn uit, maar het bereikte de eindbestemming niet. Zo beweerde althans Karl Hammer in de boeken die hij aan het onderwerp wijdde.
Vele pogingen ten spijt, sommige breed uitgemeten in de landelijke media, slaagde niemand er in het mysterieuze document te ontcijferen. Tot nu! Wat begon als een intrigerende jacht op een legendarische schat veranderde echter gaandeweg in iets veel onheilspellender.
Nadat het Belgisch-Nederlands-Slowaakse onderzoekscollectief Ysa Pastora in De Hamer van Thor reeds schoon schip maakte met het verhaal van Karl Hammer, wordt nu een nieuwe stap gezet. In dit boek toont Ysa Pastora aan hoe de ingenieuze code in elkaar steekt, waaruit de schat werkelijk bestaat en waar u ze kunt vinden. Een fascinerende zoektocht, waarin duidelijk wordt dat het verleden nog niet helemaal geschiedenis geworden is...
Het Mysterie van Mittenwald is een uitgave van de Belgische digitale uitgeverij vzw de Scriptomanen. Het is op dit moment alleen verkrijgbaar als ebook/PDF in het Rauna abonnement, en als paperback in alle online boekhandels, zoals Standaard Boekhandel in België, of Bruna en Libris in Nederland. Het werk kan ook besteld worden bij uw plaatselijke boekhandel, met ISBN nummer 9789463188975.
In
2004 publiceerden Nigel Pennick en Prof. Ir. M. Gout een boek met de titel Sacrale geometrie. Verborgen lijnen in de bouwkunst bij de uitgeverij
Synthese. In 2006 publiceerde Koert van der Velde hierover in het dagblad Trouw een zeer lezenswaardig artikel:
Het oude
stadhuis op de Dam van Amsterdam, tegenwoordig in gebruik als koninklijk
paleis, is te zien als symbolisch universum. Dat schrijft prof.ir. M. Gout in
het onlangs verschenen boek over de toepassing van religieuze principes in de
bouwkunst. In het stadhuis werd de verhouding van de zichtbare tot de
onzichtbare wereld uitgebeeld. Zeer tegen de zin van de heersende gereformeerde
kerk.
Bent
u benieuwd naar het verband tussen enerzijds de onderwerpen en de ideeën
die in dit artikel en in het boek van Pennick en Gout aan de orde komen, en anderzijds de labyrintische getrapte codering op het
raadselachtige brief die zovele onderzoekers jarenlang in het stof deed bijten? Dan kunt u zich maar beter abonneren op de vierdelige serie De Jacht op een Nazischat, waarvan het tweede
deel Het Mysterie van Mittenwald vanaf vandaag beschikbaar wordt voor de abonnees als ebook en PDF. Een abonnement neemt u door €40 over te schrijven op onderstaand rekeningnummer, met vermelding van uw emailadres (waarbij "at" staat voor @) en "Ebook Abonnement Rauna" of een mailtje te sturen naar ebookabo@rauna.eu, waarna u een automatische bevestiging ontvangt.
Rekeningnummer vzw de Scriptomanen: IBAN BE 43 0016 9362 0101
BIC GEBABEBB
U ontvangt dan binnen de 14 dagen zowel een epub als een PDF van De Hamer van Thor en Het Mysterie van Mittenwald. Geheimen van de Runen volgt in 2016, en daarna staat nog De Postkaart Code op het programma.
U kunt zich nu ook al de paperback aanschaffen, die reeds verkrijgbaar is bij het Printing On Demand platform waarmee uitgeverij de Scriptomanen samenwerkt. Binnenkort zal de paperback ook besteld kunnen worden in alle online - en plaatselijke - boekhandels:
De gouden appel
is een verschijnsel dat in meerdere legendes en sprookjes opduikt. Terugkerende
thema’s beschrijven een held, zoals in Hercules en de Hesperiden, die gouden
appels terugwint nadat ze ontvreemd werden door een tegenstrever. In de Noordse
mythologie worden gouden appels ten tonele gevoerd als goddelijke etenswaar en
bron van de eeuwige jeugd, de onsterfelijkheid.
Freya[1]
is de vrouw van de oppergod Odin/Wodan en een van de belangrijkste Noordse godinnen.
Zij is de godin van de liefde, vruchtbaarheid, schoonheid en fraaie materiële
bezittingen. Ook is ze het archetype van de völva
die de kunst van de seidr beoefent,
een van de meest georganiseerde vormen van Noordse magie.
Zo bezat Freya mooie gouden appels die de Goden aten zodat
ze eeuwig jong bleven[2]. Ze komen voor in Das Rheingold [4], de
tweede opera uit de cyclus Der Ring des Nibelungen van de door Hitler
bejubelde Richard Wagner. Freya werd door Wodan aan de reuzen Fafner en Fasolt
geschonken als betaling voor de bouw van het Walhalla. Door haar afwezigheid
verloren de gouden appels hun kracht. Prompt verouderden en verzwakten de
Goden. Toen Wodan zich dat realiseerde, besloot hij Freya terug te claimen door
op zoek te gaan naar het Rijngoud en de ring als alternatieve betaling aan de
reuzen. Freya, maar vooral eeuwig jeugdig elan, waren hem te dierbaar.
Op de partituur is
het verhaal met de gouden appels een bron van inspiratie geweest voor de
samensteller. De gouden appels figureren immers in de zoektocht. Wilt u weten
waar u ze kunt aantreffen, dan neemt u best een Rauna-abonnement!
Wiligut trad in 1933 in dienst van de Ahnenerbe,
dé onderzoeksinstelling van het naziregime, vanwege zijn veronderstelde
maatschappelijke reputatie en als esoterist en runenexpert. In 1935 werd hij
onder de naam Karl Maria Weisthor lid van de persoonlijke staf van
Himmler. Hij was de geheime mythen koning van de nationaalsocialisten, meer in
het bijzonder van Heinrich Himmler en het (kleine) deel van de SS dat zich
gevoelig toonde voor de magische wereld van Wiligut. Dat was een wereld die voortkwam
uit de theosofie van Blavatsky, de Germaanse ariosofie ('de wijsheid van de
Ariërs') van List en de (quasi-Nietzsche) Zeitgeist van Duitsland.
Hoewel hij
formeel in dienst was van de SS, bleef Wiligut een randfiguur, die feitelijk
buiten de Ahnenerbe om een aanhoudende stroom privé rapporten stuurde aan
Himmler, zijn persoonlijke vriend en protagonist. Wiligut blijkt vanwege zijn
innemende karakter en charismatische uitstraling een grote invloed gehad te
hebben op zijn toegewijde leerlingen en andere personen in zijn omgeving. Zijn
typering als de ‘Raspoetin’ van Himmler is hierop gefundeerd.
Eind 1938 werd Wiligut door zijn tegenstanders
binnen de SS ontmaskerd als een fantast, zwendelaar en charlatan, onder andere door de Nederlander Hermann Wirth, de
medeoprichter van de Ahnenerbe, en Karl Wolff. Zij brachten aan het licht dat hij in 1924 financieel onder curatele was
gesteld, van 1924 tot 1927 gedwongen verbleef in een psychiatrische kliniek, en
dat hij zich te buiten ging aan medicijn- en drankmisbruik. In 1939 werd hij formeel ontslagen
en zijn dienst opgeheven. Desondanks bleef hij contact onderhouden met Himmler,
vermoedelijk vanwege diens niet aflatende interesse in de runenmagie. Deze
fascinatie werd niet door alle topnazi’s gedeeld en meermalen werd ook door
Hitler het occultisme binnen de SS bestreden. Van 1943 tot het einde van de
oorlog verbleef Wiligut in een SS-gastenverblijf aan de Oostenrijkse Wörthersee. Hij overleed in 1946.
Wiligut speelt
een niet onbelangrijke rol in Het Mysterie van Mittenwald. Als u zich abonneert op de tetralogie De Jacht op de Nazischat wordt het voor u uit de doeken gedaan en hoeft u er
niets van te missen.
De Z-rune op de partituur van de Marsch-Impromptu is de laatste en
tevens de grootste rune. In tegenstelling tot alle andere runen neemt die de
gehele hoogte van de notenbalk in beslag.
Met een forse handtekening en in een dreunend B-dur slotakkoord spreekt
zij als het ware een krachtig ‘amen’
uit, een berustend ‘zo zij het’ als het besluit van de bewogen mars.
Laten we nu, verborgen in de primo
partij van dezelfde Marsch-Impromptu (dus niet in het de secondo deel), het wereldberoemde 'Dresden Amen' motief aantreffen van Johan Gottlieb
Naumann (1741-1801). In muziekmaten vijf en zes, zie de volgende afbeelding,
staat de betreffende notensequentie bes-c-d-es-f onder de rode haken. Negeer
hierbij het herstellingsteken voor de bes noot.
Hoe beroemd en geliefd het
Dresden Amen motief was en nog steeds is moge blijken uit het grote aantal componisten
dat er in verschillende vormen dankbaar gebruik van maakte. Door Richard
Wagner werd het meermalen toegepast; in een van zijn eerste opera’s Das Liebesverbot, in Tannhäuser en vooral in zijn laatste
opera Parsifal. Ook Felix Mendelssohn
paste het toe in zijn vijfde symfonie Reformation,
Anton Bruckner in motetten en in zijn Negende
symfonie, Gustav Mahler in zijn symfonie Titan,
en Manuel de Falla in El gran teatro del
mundo.
Alexander Scriabin introduceerde
een vergelijkbaar thema in het eerste deel “Strijd” van zijn Symfonie no. 3. Eric Ball toonzette de
woorden “Lo, He comes with clouds descending” op het thema in The Kingdom Triumphant en Carl Davis
maakte er gretig gebruik van in de film Ben-Hur,
en dan met name in scenes die het leven van Jezus Christus uitbeelden[1].
Parsifal behoorde tot de
favoriete werken van Adolf Hitler. De maker van het document is stellig een kenner en
liefhebber van muziek.
In hoeverre kan de vondst van de aanwezigheid van het Dresden Amen
motief opzij gezet worden als een niemendalletje? Is hier Opzet of een Betekenisvolle
Coïncidentie mee gemoeid? En waarom is het het besluit van de mars zo bewogen?
U leest er alles over in deel 2, “Het Mysterie van Mittenwald” uit de tetralogie
“De Jacht op de Nazischat”. Abonneert u zich alvast op het vierluik!
Er werden reeds belangrijke (publieke) stappen gezet in de ontcijfering van de ingenieuze
code. Tot op dit ogenblik evenwel zonder concrete resultaten. Maar niet alleen de
ontknoping is belangwekkend, ook de ingenieuze methodiek die gevolgd moet
worden, is opmerkelijk en zo mogelijk even interessant als de afloop.
Verbinden we het centrum van Mittenwald met vijf
toponiemen die op de partituur genoemd worden met elkaar niet kruisende nabije-buur lijnen, dan doemt bijvoorbeeld een vorm op
die een frappante gelijkenis vertoont met een peervormige diamant.
Het is verleidelijk te
veronderstellen dat dit met voorbedachten rade zo ontworpen werd. Maar wat kan daarvan dan de reden zijn, zult u zich afvragen. Werd het zo gedaan omdat peervormige diamanten ook wel eenstraanvormige diamanten genoemd worden? En zouden, volgens Karl Hammer en Peter Schulz althans, de vermeende diamanten van Mittenwald niet de ‘tranen van de wolf’ genoemd worden? Maar goed, sinds we met De Hamer van Thor een boekje open deden over beide heren, weten we dat informatie verstrekt door Karl Hammer of Peter Schulz eerder tot het domein van de fictie dan van de non-fictie behoort.
Wilt u als eerste vernemen wat de intrigerende
geometrische constructie werkelijk voorstelt en welke functie ze vervult, dan neemt u maar best dat Rauna abonnement.
De viool en in het bijzonder de
vioolbouw speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van het pittoreske
Beierse plaatsje Mittenwald. Vanaf het einde van de 17e eeuw begon
zich daar een vioolbouw traditie te ontwikkelen, met dank aan Matthias Klotz,
zijn nazaten en anderen. Een gouden viool prijkt bijgevolg niet voor niets trots op
het uithangbord van het Geigenbau Museum.
Adolf Hitler, zo is algemeen
bekend, was een hartstochtelijke liefhebber van de muziek en hij kende het
stadje Mittenwald goed. Na de Anschluss met Oostenrijk in 1938 vertoefde hij er
regelmatig, op doorreis naar zijn geboorteland of voor een verblijf en overleg
in de Lüttensee kazerne. Hij sprak zelfs uitdrukkelijk de wens uit om na de
oorlog een huis te laten bouwen in Gerold, even ten noorden van Mittenwald, met
een eersteklas uitzicht op de Karwendel en Wetterstein bergketens.
De Marsch-Impromptu, een mars
voor quatre-mains piano, handelt uiteraard over muziek. De code-toevoegingen op
het blad zouden, zo luidt de veronderstelling, wel eens iets met de viool en
Hitlers liefde voor muziek te maken kunnen hebben. Stil, niet verder vertellen
hoor, maar ik mag u verklappen dat dat op een bepaalde wijze nog waar is ook.
Hoe dan, zult u zich misschien afvragen.
Nou kijk, het
stuk is geschreven in de toonaard B-dur. Anderen noemen dat Bes majeur. De
parallelle toonaard daarvan is G-moll (g-mineur).
Beide toonaarden maken
daardoor gebruik van bes en es mollen die u vooraan op de notenbalken ziet.
Een
beroemd muziekstuk voor vioolsolo in g-mineur is het Duivelstriller-sonate van
Giuseppe Tartini.
“Een beroemde
legende gaat over het ontstaan van de zogenaamde ‘Duivelstriller-sonate’ van
Giuseppe Tartini (1692-1770). Deze sonate is … het enige werk van Tartini dat
tegenwoordig nog vaker gespeeld wordt. Over het ontstaan van de Duivelstriller
sonate zou Tartini het volgende gezegd hebben: ‘In een droom verkocht hij zijn
ziel aan de duivel, waarop deze hem de viool uit handen griste en hem de
mooiste sonate voorgespeeld zou hebben die men maar bedenken kan. Toen Tartini
ontwaakte, poogde hij enkele van de gehoorde noten op te schrijven. Maar
vergeefs. Het stuk dat hij tenslotte componeerde, de Duivelssonate, was, zoals
hij zelf zegt, weliswaar het beste dat ik ooit schreef, maar toch bleef het ver
achter bij wat ik van de duivel gehoord had.’ [1]
“Tartini’s droom” van de schilder Louis Leopold Boilly
(1761-1845)
“Dit wijst er duidelijk op dat de viool en het
vioolspel vooral een symbool is voor de ‘ziel’ in haar meest veelzijdige
uitdrukkingsvormen en gevoelslagen. Zo verlenen bijvoorbeeld de vioolsolo
werken van J.S. Bach entree tot het diepst religieuze geestesleven. Anderzijds
heeft de Romantiek van het zigeunervioolspel met haar sentiment en haar
temperamentvolle czardasklanken toegang gevonden tot populaire operettes. Zo
zingt bijvoorbeeld ‘Gravin Mariza’ in de gelijknamige operette van Kàlmàn:
‘Höre ich Zigeunergeigen - bei des Cymbals wildem Lauf, wird es mir ums Herz so
eigen - wachen alle Wünsche auf.’ In een andere operette hangt de hemel vol met
violen.”
De Marsch-Impromptu partituur
wordt, overdrachtelijk gezien,
voorgesteld als een Mittenwaldse solopartij voor viool. De maker van het
document geeft, naar analogie met Tartini’s droom over de Duivelstrillersonate,
te kennen dat zijn ingenieuze codering ver achter blijft bij dat wat Hitler qua prestatie en uitdrukkingskracht werkelijk voorstelt - voor hem dan toch. Met andere
woorden: “Dit vertegenwoordigt het beste wat ik kan, maar excuseert u mij voor
het feit dat ik zo’n onvolmaakt stukje werk heb afgeleverd; het valt in het
niet vergeleken bij wat Hitler ons geschonken heeft.”
Nu denkt u natuurlijk dat ik mijn
fantasie de vrije loop gegeven heb en u in het ootje wil nemen. Niets van dat
alles! Ik zal dat aantonen in het tweede boek in de serie De Jacht op de
Nazischat: Het Mysterie van Mittenwald. En dat leest u als eerste, als u een Rauna abonnement neemt...
Hitler hield van muziek, maar ook
van grootschalige architectuur. Hij was bovendien een hevig bewonderaar van
het keizerlijke Rome [1]
en van de Oude Grieken.
Vanaf 1933 begon Hitler Rome en de Grieken aan te duiden als een passende bron van klassieke invloeden
voor de Duitsers. Hij zei: '… Elk politiek heldhaftig tijdperk zoekt in zijn
kunst meteen naar bruggen naar een niet minder heroïsch verleden. De Grieken en
Romeinen komen plots heel dichtbij, omdat al hun wortels in een stichtend ras
liggen, en daarom hebben de onsterfelijke verworvenheden van de oude volken een
begerenswaardige invloed op hun raciaal verwante nakomelingen.' [2]
Samen met de architect Albert
Speer ontwierp hij wat een architectonische hoogtepunt in Berlijn had moeten worden: de Volkshalle [3],
ook wel Grosse Halle of Ruhmeshalle genoemd. Het gebouw had een
enorme koepel tot 290 meter hoog, vele malen groter dan de Sint-Pieter in
Rome. Het was geïnspireerd op het Pantheon van Hadrianus in Rome dat Hitler in
1938 bezocht.
Bundesarchiv Bild 146-1986-029-02, "Germania", Modell
"Große Halle"
De Volkshalle moest de Duitse
hegemonie over Europa belichamen, waar Hitler als een cosmocraat - een Heer over de
Wereld - voor zijn Herrenvolk zou verschijnen. Het was in finale zin bedoeld
als een tempel voor de publieke aanbidding van Hitler. Een deel van de hal aan
de noordzijde zou met een enorme gouden mozaïek bedekt worden en een adelaar van
24 meter hoog huisvestenn met daaronder Hitlers tribunaal. Het had moeten
verrijzen in de nieuwe wereldhoofdstad Germania, de nieuwe naam voor Berlijn.
Het masterplan model van een herschapen Berlijn
en.wikipedia.org/wiki/Nazi_architecture
Met de bouw werd echter nooit
begonnen nadat bleek dat de slappe grond onder Berlijn het gigantische gewicht
van het gebouw niet kon dragen.
De Volkshalle zou stellig
overeenkomsten getoond hebben met het met goud, ivoor en edelstenen uitbundig
versierde megalomane complex, dat keizer Nero - rampzalig verkwistend - in het centrum
van Rome voor zich had laten bouwen. Deze Domus Aurea of Gouden Huis bestond uit een villa, tuinen en technische hoogstandjes, verspreid over een grote oppervlakte. Veertig jaar na de dood van Nero was het overigens al helemaal weggevaagd.Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Domus_Aurea
De Marsch-Impromptu alludeert op
de Volkshalle en de Domus Aurea door de belichting van een gebouw in Mittenwald.
Wil u weten welk gebouw dat is? Mmm, dan zou ik toch maar een Rauna-abonnement overwegen...
[1]John T.
Quinn, "The Ancient Rome of Adolf Hitler," Classical Bulletin 76
(2000): pp. 141-156.
[2]“Adolf
Hitler: A Psychological Interpretation of His Views on Architecture, Art, and
Music”, Sherree Owens Zalampas, Popular Press, 1990
Alberich en de Rijndochters (Arthur Rackham, omstreeks 1910)
“Weia! Waga! Woge du Welle!” zingt Woglinde bezwerend
in de openingsscène van de opera Das Rheingold. Het is de tweede opera van
het vierluik Der Ring des Nibelungen,Richard Wagners opus magnum, een groots
muziekdrama met een poel aan menselijke gevoelens en aspiraties als wanhoop,
vrees, macht, hebberigheid, maar ook loyaliteit, liefde en bevrijding.
De drie
bevallige Rijndochters - de anderen zijn Flosshilde en Wellgunde – werden door
hun vader opgedragen het goud te bewaken dat op de bodem van de rivier ligt. De Rijndochters vertellen een lelijke dwerg, Nibelung Alberich, dat het Rijngoud hem een onmetelijke macht zal bezorgen, als hij er een ring uit smeedt... en de liefde prijsgeeft.
Alberich slaagt er ook in hen het goud te ontfutselen, zweert de liefde af en smeedt de magische ring. Om zichzelf en de ring te beschermen laat hij zijn
broer Mime – een kundige smid – een magische helm maken, die zijn drager
onzichtbaar maakt en hem bovendien van vorm kan laten veranderen en
teleporteren over grote afstanden.
Waarom pakken wij bij wijze van Teaser 01 voor Het Mysterie van Mittenwald uit met een deel van het beroemde en beruchte episch-mythologisch verhaal van Richard Wagner, tekstdichter en lievelingscomponist van Adolf Hitler? Omdat Alberich zich listig,
met de helm op het hoofd, verschuilt in de gecodeerde partituur. Angstvallig bewaakt hij
er de ring, als een hoeder van de Graal... Werpt u eens een blik op het
muziekblad? Kunt u hem vinden? Hou in gedachten dat de helm bijzonder probaat functioneert...
In Het Mysterie van Mittenwald geven wij u het magische middel mee dat de kracht van de helm teniet kan doen. Wilt u te weten komen hoe dat moet en ontdekken waar Alberich zich nestelde, dan kunt u zich boek of ebook aanschaffen, die nog dit jaar verschijnen... of gewoon een ebook-abonnement op Raunanemen (40 euro). U ontvangt dan het reeds verschenen ebook De Hamer van Thor, en de drie volgende delen in de serieDe Jacht op een Nazi Schat - telkens een paar weken voor de officiële release van paperback en ebook.
In De Hamer van Thor publiceerden wij al een aantal postkaarten uit de verzameling van Ysa Pastora, waaronder enkele exemplaren uit de Rheingold serie. De volledige verzameling zal onder de titel De Postkaart Code gepubliceerd worden als deel 4 in de reeks De Jacht op een Nazi Schat.
Overigens raakt ook Alberich door
list en bedrog de ring plus het goud en de helm toch kwijt.