Pagina's

vrijdag 25 september 2015

Mittenwald Teaser 03: De gouden viool van Giuseppe Tartini


De viool en in het bijzonder de vioolbouw speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van het pittoreske Beierse plaatsje Mittenwald. Vanaf het einde van de 17e eeuw begon zich daar een vioolbouw traditie te ontwikkelen, met dank aan Matthias Klotz, zijn nazaten en anderen. Een gouden viool prijkt bijgevolg niet voor niets trots op het uithangbord van het Geigenbau Museum.


Adolf Hitler, zo is algemeen bekend, was een hartstochtelijke liefhebber van de muziek en hij kende het stadje Mittenwald goed. Na de Anschluss met Oostenrijk in 1938 vertoefde hij er regelmatig, op doorreis naar zijn geboorteland of voor een verblijf en overleg in de Lüttensee kazerne. Hij sprak zelfs uitdrukkelijk de wens uit om na de oorlog een huis te laten bouwen in Gerold, even ten noorden van Mittenwald, met een eersteklas uitzicht op de Karwendel en Wetterstein bergketens.
De Marsch-Impromptu, een mars voor quatre-mains piano, handelt uiteraard over muziek. De code-toevoegingen op het blad zouden, zo luidt de veronderstelling, wel eens iets met de viool en Hitlers liefde voor muziek te maken kunnen hebben. Stil, niet verder vertellen hoor, maar ik mag u verklappen dat dat op een bepaalde wijze nog waar is ook. Hoe dan, zult u zich misschien afvragen.
Nou kijk, het stuk is geschreven in de toonaard B-dur. Anderen noemen dat Bes majeur. De parallelle toonaard daarvan is G-moll (g-mineur). 


Beide toonaarden maken daardoor gebruik van bes en es mollen die u vooraan op de notenbalken ziet. 
Een beroemd muziekstuk voor vioolsolo in g-mineur is het Duivelstriller-sonate van Giuseppe Tartini.

“Een beroemde legende gaat over het ontstaan van de zogenaamde ‘Duivelstriller-sonate’ van Giuseppe Tartini (1692-1770). Deze sonate is … het enige werk van Tartini dat tegenwoordig nog vaker gespeeld wordt. Over het ontstaan van de Duivelstriller sonate zou Tartini het volgende gezegd hebben: ‘In een droom verkocht hij zijn ziel aan de duivel, waarop deze hem de viool uit handen griste en hem de mooiste sonate voorgespeeld zou hebben die men maar bedenken kan. Toen Tartini ontwaakte, poogde hij enkele van de gehoorde noten op te schrijven. Maar vergeefs. Het stuk dat hij tenslotte componeerde, de Duivelssonate, was, zoals hij zelf zegt, weliswaar het beste dat ik ooit schreef, maar toch bleef het ver achter bij wat ik van de duivel gehoord had.’ [1]


“Tartini’s droom” van de schilder Louis Leopold Boilly (1761-1845)

“Dit wijst er duidelijk op dat de viool en het vioolspel vooral een symbool is voor de ‘ziel’ in haar meest veelzijdige uitdrukkingsvormen en gevoelslagen. Zo verlenen bijvoorbeeld de vioolsolo werken van J.S. Bach entree tot het diepst religieuze geestesleven. Anderzijds heeft de Romantiek van het zigeunervioolspel met haar sentiment en haar temperamentvolle czardasklanken toegang gevonden tot populaire operettes. Zo zingt bijvoorbeeld ‘Gravin Mariza’ in de gelijknamige operette van Kàlmàn: ‘Höre ich Zigeunergeigen - bei des Cymbals wildem Lauf, wird es mir ums Herz so eigen - wachen alle Wünsche auf.’ In een andere operette hangt de hemel vol met violen.”

De Marsch-Impromptu partituur wordt, overdrachtelijk gezien, voorgesteld als een Mittenwaldse solopartij voor viool. De maker van het document geeft, naar analogie met Tartini’s droom over de Duivelstrillersonate, te kennen dat zijn ingenieuze codering ver achter blijft bij dat wat Hitler qua prestatie en uitdrukkingskracht werkelijk voorstelt - voor hem dan toch. Met andere woorden: “Dit vertegenwoordigt het beste wat ik kan, maar excuseert u mij voor het feit dat ik zo’n onvolmaakt stukje werk heb afgeleverd; het valt in het niet vergeleken bij wat Hitler ons geschonken heeft.”


Nu denkt u natuurlijk dat ik mijn fantasie de vrije loop gegeven heb en u in het ootje wil nemen. Niets van dat alles! Ik zal dat aantonen in het tweede boek in de serie De Jacht op de Nazischat: Het Mysterie van Mittenwald. En dat leest u als eerste, als u een Rauna abonnement neemt...

vrijdag 18 september 2015

Mittenwald Teaser 02: Het Gouden Huis

Hitler hield van muziek, maar ook van grootschalige architectuur. Hij was bovendien een hevig bewonderaar van het keizerlijke Rome [1] en van de Oude Grieken.
Vanaf 1933 begon Hitler Rome en de Grieken aan te duiden als een passende bron van klassieke invloeden voor de Duitsers. Hij zei: '… Elk politiek heldhaftig tijdperk zoekt in zijn kunst meteen naar bruggen naar een niet minder heroïsch verleden. De Grieken en Romeinen komen plots heel dichtbij, omdat al hun wortels in een stichtend ras liggen, en daarom hebben de onsterfelijke verworvenheden van de oude volken een begerenswaardige invloed op hun raciaal verwante nakomelingen.' [2]
Samen met de architect Albert Speer ontwierp hij wat een architectonische hoogtepunt in Berlijn had moeten worden: de Volkshalle [3], ook wel Grosse Halle of Ruhmeshalle genoemd. Het gebouw had een enorme koepel tot 290 meter hoog, vele malen groter dan de Sint-Pieter in Rome. Het was geïnspireerd op het Pantheon van Hadrianus in Rome dat Hitler in 1938 bezocht.

Bundesarchiv Bild 146-1986-029-02, "Germania", Modell "Große Halle"



De Volkshalle moest de Duitse hegemonie over Europa belichamen, waar Hitler als een cosmocraat - een Heer over de Wereld - voor zijn Herrenvolk zou verschijnen. Het was in finale zin bedoeld als een tempel voor de publieke aanbidding van Hitler. Een deel van de hal aan de noordzijde zou met een enorme gouden mozaïek bedekt worden en een adelaar van 24 meter hoog huisvestenn met daaronder Hitlers tribunaal. Het had moeten verrijzen in de nieuwe wereldhoofdstad Germania, de nieuwe naam voor Berlijn.

Het masterplan model van een herschapen Berlijn
en.wikipedia.org/wiki/Nazi_architecture


Met de bouw werd echter nooit begonnen nadat bleek dat de slappe grond onder Berlijn het gigantische gewicht van het gebouw niet kon dragen.
De Volkshalle zou stellig overeenkomsten getoond hebben met het met goud, ivoor en edelstenen uitbundig versierde megalomane complex, dat keizer Nero - rampzalig verkwistend - in het centrum van Rome voor zich had laten bouwen. Deze Domus Aurea of Gouden Huis bestond uit een villa, tuinen en technische hoogstandjes, verspreid over een grote oppervlakte. Veertig jaar na de dood van Nero was het overigens al helemaal weggevaagd. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Domus_Aurea

De Marsch-Impromptu alludeert op de Volkshalle en de Domus Aurea door de belichting van een gebouw in Mittenwald. Wil u weten welk gebouw dat is? Mmm, dan zou ik toch maar een Rauna-abonnement overwegen... 



[1] John T. Quinn, "The Ancient Rome of Adolf Hitler," Classical Bulletin 76 (2000): pp. 141-156.
[2] “Adolf Hitler: A Psychological Interpretation of His Views on Architecture, Art, and Music”, Sherree Owens Zalampas, Popular Press, 1990
[3] en.wikipedia.org/wiki/Volkshalle